Eb en vloed, leven en dood, mens en dier: de contrasten in de film Silence of the Tides zijn groot. “Het waddengebied beschouw ik als één groot ademhalend organisme”, vertelt filmmaker Pieter-Rim de Kroon. De film is vanaf 10 maart te zien in de bioscoop.

Het wad borrelt, slurpt, pruttelt, sopt… Altijd is er geluid, altijd is er beweging van water dat klotst. Altijd is er ergens een hart dat klopt. Wie echt goed luistert, hoort dat het waddengebied zelden zwijgt. Het weerhield filmmaker Pieter-Rim de Kroon er niet van zijn film Silence of the Tides te noemen. “Een titel hoeft wat mij betreft de lading niet compleet te dekken. Er mag ruimte zijn voor verwondering. De titel suggereert stilte en natuur – en dat biedt de film óók – maar het suggereert ook dat er iets bijzonders gaande is.”

“Van begin af aan was het geluid bij Silence of the Tides net zo belangrijk als het beeld”, vertelt geluidsman Victor Dekker. De film maakt gebruik van Dolby Atmos-techniek. Dat houdt in dat er extra kanalen worden toegevoegd zodat het geluid bijvoorbeeld ook achter de luisteraar opduikt. Het geluid is dus overal.

Geen natuurfilm

Silence of the Tides is geen natuurfilm”, benadrukt De Kroon. Het is in ieder geval geen klassieke natuurfilm zoals de BBC ze maakt. Ook is het niet te vergelijken met de Nederlandse producties, zoals over de Oostvaardersplassen, de Veluwe of de Biesbosch. “Er is namelijk geen voice-over die alles duidt of uitlegt en er is geen muziek die je emotie stuurt. Je hoort alleen de natuurlijke geluiden van mens en dier én van het wad. Het enige wat aan de film is toegevoegd is het geluid van een orgel. Dat is opgenomen in een Duits kerkje op het waddeneiland Pellworm. De organist heeft voor de film geprobeerd eb en vloed te vangen in klanken.” Een prachtige vondst. Want het orgel piept, bromt en dreunt alsof het een levend wezen is.

De kracht van contrasten

De 1 uur en 45 minuten durende film speelt zich af in het waddengebied, van Nederland tot Denemarken. “De getijden zijn het hoofdkarakter”, aldus De Kroon. “Het komen en gaan van het water vormt het kloppende hart van de film.” Het filmen van het getij levert bijzondere maar ook een beetje vervreemdende timelapses op die je nooit eerder zag. Je ziet bijvoorbeeld een kwelder waar het water snel stijgt en tegelijk zie je een wolk vogels vliegen. “Bij een gewone timelapse kan dat ook niet, maar wij werken op een andere manier.” Een technische uitleg volgt. Afsluitend: “Voor mij is dat de technische magie van film, het is een beetje alsof je naar een goochelact kijkt waarbij je net de clou mist.”

Filmmaker Pieter-Rim de Kroon, die in 2003 een Gouden Kalf won met de documentaire Hollands Licht, benadrukt dat de film geen statement is. “Ik houd niet van een opgeheven vinger.” Toch hoopt hij wel dat gaandeweg de film het respect voor het gebied groeit.

In de film maakt De Kroon gebruik van enorme contrasten: kabbelend water waarop een wit veertje drijft tegenover een F16 (waaronder een camera is gemonteerd) die deelneemt aan een schietoefening op militair oefenterrein de Vliehors op Vlieland. Die explosie op het strand wordt ineens nog agressiever als daarna de stilte volgt. De Kroon: “Op het wad zie je overal contrasten: de geboorte van een lammetje tot het villen van een schaap, dag en nacht, eb en vloed, zon en maan. Samen zijn ze het wad.” Tijdens het filmen voelde De Kroon zich meer dan ooit verbonden met het landschap om hem heen. “Zeker op het Duitse wad waan je je in een oergebied waarin de tijd nog helemaal niet bestaat, dat is overweldigend.”

Bijzonder is ook de manier waarop is gefilmd. De Kroon noemt het een zoekende en observerende stijl. “De camera beweegt nauwelijks en dat doe ik bewust. Door beweging verstoor je het bewustzijn bij de kijker. Ik noem het ook wel radicale observatie in beeld en geluid in grote totaalshots. Je kijkt en beleeft het waddengebied zoals het is.”

Draaikolk van emoties

En zo beland als je als kijker in vuurtoren de Brandaris waar je de gesprekken volgt tussen de vuurtorenwachter en de schepen op zee, je rijdt mee met een mysterieuze postbode over een spoorlijntje, je volgt vogelonderzoekers die een kanoet zenderen, je ziet grijze zeehonden tot bloedens toe vechten, er wordt een mens begraven, een vlinder slurpt nectar, je ziet water komen en gaan. De beelden, vaak in de grijsblauwe kleuren van het wad, rijgen zich gestaag aaneen en keren soms weer terug, net als het getij.

Kosmos en kanoet

Als kind kwam De Kroon vaak op Terschelling en ook voor zijn werk voor andere films kwam hij geregeld in getijdengebieden elders op aarde. Dat hij iets wilde doen met de Wadden wist hij wel, maar het concrete idee kwam pas later. Toen hij zijn ideeën deelde – geen muziek, bijna alleen vaste shots – was niet iedereen enthousiast, maar hij zette door. Het levert een film op waarbij je als kijker een draaikolk van emoties ervaart: van afschuw tot verwondering, maar ook wordt gaandeweg duidelijk dat het waddengebied één geheel is. “Tijdens het filmen op een heldere nacht besefte ik nog beter dat de kosmos en de kanoet met elkaar in verbinding staan door de getijdenwerking. Het waddengebied beschouw ik als één groot ademhalend organisme.” (bron: www.rootsmagazine.nl)

%d bloggers liken dit: