Ondernemers en bestuurders in het Waddengebied willen zo veel mogelijk ‘kwaliteitsbezoekers’ lokken, mensen met een volle beurs en respect voor natuur en cultuur. Daarvan profiteert de hele regio.

Vakantiehuisje Smoek

Tijdens het 24e symposium van de Waddenacademie dachten ondernemers en bestuurders uit het gebied gisteren tijdens een digitale editie na over ‘duurzaam toerisme’. Het probleem van toerisme in het Waddengebied is het spanningsveld tussen schaarste en het ontbreken van een prijssignaal, zegt Jan van den Borg, hoogleraar toerisme van de KU Leuven. Volgens hem is het hart van toerisme het ‘publiek domein’, zoals stranden en pleinen. ,,Als iets geen prijs heeft, is de gemiddelde burger niet in staat om iets op waarde te schatten. Bijvoorbeeld in Venetië: teveel mensen komen ernaartoe, want erdoorheen lopen kost niets.”

Het opvallende van toerisme in het Waddengebied is dat sommige gebieden, zoals de eilanden, de grenzen van de capaciteit in zicht hebben. Terwijl er in andere delen langs de Waddenkust sprake is van krimpgebieden en ‘ondertoerisme’.Volgens Martin Cnossen, directeur van marketingorganisatie Merk Fryslân, helpt een duurzame toerist de ondernemers, het onderwijs en de omwonenden verder.

Ook zijn ze van belang voor de natuur, zegt Cnossen. ,,Doordat die toeristen ons landschap goed en intens beleven, gaat de waardering voor het gebied ook toenemen. Vroeger zat er vaak een hek om een gebied, maar daardoor konden mensen de waarde van het gebied niet zien. Dat draagvlak voor behoud van een gebied is juist heel belangrijk.”

Waar toerisme botst met de kwaliteit van leven van de ‘locals’, doe je iets mis

De huidige duurzaamheid van toerisme in het Waddengebied kreeg van de deelnemers aan het digitale symposium drie van de vijf sterren. Presentator Marijke Roskam concludeert: ,,We zijn op zich goed bezig, maar er is ruimte voor verbetering.”

Vakantiehuisje Smoek

Het is daarvoor volgens hoogleraar Van den Borg belangrijk om in te zetten op de duurzame reiziger. Dat is iemand die, volgens de definitie van Unesco, rekening houdt met de plaatselijke bevolking, het cultureel erfgoed en de natuurlijke omgeving. Zoals supermarktondernemer Marco Verbeek, initiator van Holwerd aan Zee, tijdens het symposium vertelt: ,,Wij willen geen bussen met Chinezen, maar zetten in op de cultuur- en natuurtoerist.”

Drie punten

Daarom gaf Van den Borg de 110 toehorende ondernemers, bestuurders en geïnteresseerden drie punten mee om het duurzame toerisme verder te ontwikkelen.

Ten eerste moet volgens hem de lokale bewoner altijd op de eerste plek komen. Van den Borg: ,,Waar toerisme botst met de kwaliteit van leven van de locals, doe je iets mis.”

Bovendien is kwaliteit belangrijker dan kwantiteit bij toerisme, zegt Van den Borg. ,,Dat klinkt vanzelfsprekend, maar als je persberichten van ministers van toerisme bekijkt, gaat het altijd over ‘het aantal toeristen is gestegen’. Het verhaal van meer en meer moet op de schop. Je moet kijken naar wat levert het op.” Een kwaliteitsbezoeker is volgens Van den Borg overigens niet per definitie iemand ,,die veel poen wil uitgeven”, maar vooral ,,iemand die zich inleest in de bestemming”.

In de derde plaats weten we volgens Van den Borg vaak nog veel te weinig van wat de bezoeker zoekt en wil in het gebied waar hij komt. ,,Als je kijkt naar alle plannen die er zijn, wordt er te weinig aandacht geschonken aan de behoefte van mensen die het bezoeken. Ken je bezoeker. Weet wat hij wil.”

Kust versus eiland

Volgens Jeltje Hoekstra, wethouder van Terschelling, die ook tijdens het symposium sprak, hebben de kustgemeenten een hele ander positie dan de eilandgemeenten. ,,In kustgemeenten van het Waddengebied is men nog meer bezig met pionieren op het gebied van toerisme. Wij zouden als Waddeneilanden onze kennis nog veel meer kunnen delen.”

Volgens Hoekstra is het voor bezoekers duur om de Waddeneilanden te bezoeken. Daarom zou de toerismebranche aan de Waddenkust meer kunnen inzetten op mensen met een ,,smallere portemonnee, zodat ook zij van de Waddenzee kunnen genieten”.

Volgens Hoekstra zijn de eilanden heel bewust bezig met duurzaam toerisme. ,,Eilanders zijn weleens bang geweest dat hun eiland een pretpark zou worden. Soms moeten we als bestuurders dan ‘nee’ zeggen.

Bijvoorbeeld bij een hotel in een bepaald gebied. Of als ondernemers allemaal hun eigen bord willen neerzetten: ‘Linksaf is mijn tent’, ‘Ga rechtsaf, je moet bij mij zijn’. Dat willen we niet, we hebben als gemeente gewerkt aan een uniforme bewegwijzering.” (bron: www.frieschdagblad.nl)